Basisprincipes

De homeopathie heeft 4 basisprincipes:

  • De Similiawet: het gelijke wordt met het gelijkende genezen
  • Potentiëring: de geneesmiddelen zijn verdunde en geschudde stoffen.
  • Syndroom verschuiving: echte genezing verloopt van ernstige naar minder ernstige symptomen.
  • De natuurlijke ordening: in de natuur verwante stoffen hebben een gelijkende genezende werking.
    lees meer

  • Similiawet


    Het basisprincipe van de homeopathie is de Similiawet. Deze wet zegt dat je ziekte geneest als je een geneesmiddel geeft dat een gelijkende ziekte kan veroorzaken. Het woord Homeopathie betekent ook gelijkend (homeo) aan de ziekte (pathos).
    Voorbeeld: Spaanse Vlieg (homeopathisch Cantharis geheten) geeft grote irritatie, brandende pijn en soms blaarvorming aan huid en slijmvliezen als verschijnselen. Cantharis is dus een van de middelen tegen verbranding, blaren en de brandende pijn bij blaasontsteking of darmontsteking.

    De grote kunst voor de homeopaat is de keus van het juiste geneesmiddel. Brandende pijn komt bij honderden geneesmiddelen voor en welke is nu voor déze persoon het meest gelijkende middel? Andere symptomen geven de aanwijzingen. Het zijn de bijzondere en karakteristieke symptomen en eigenschappen die uitsluitsel geven.

    Potenties 


    De geneesmiddelen zijn gepotentiëerde stoffen uit de natuur. Ze zijn verdund en geschud of verwreven, en ze worden daarbij sterker in hun werking en onschadelijk.
    De potenties zijn een grote bijzonderheid van de homeopathie. Soms worden ze ook verdunningen genoemd, maar dat is onterecht. Potenties zijn stapsgewijs verdund én geschud. Het schudden is essentieel om een goede werking te verkrijgen.
    De grondlegger van de homeopathie ontdekte het potentiëren bij toeval. Hij wilde minder bijwerkingen hebben van zijn geneesmiddelen en verdunde ze. Voor de gelijkmatige verspreiding ging hij ze ook schudden en verwrijven. Dat versterkte hun werking in hoge mate.

    Voorbeeldpotenties:
    • D6 staat voor: 6 maal 1 op 10 verdund en 6 maal geschud;
    • C30 staat voor: 30 maal 1 op 100 verdund en 30 maal geschud;
    • C1000 staat voor: 1000 maal 1 op 100 verdund en 1000 maal geschud. 

    Voorbeeld van versterkte werking: Iemand met steeds terugkerende steenpuisten heeft daar veel minder vaak last van als hij maar iedere week Calcium Sulfuricum C30 inneemt.
    De veel hogere potentie van dit middel, de C1000, heeft hetzelfde effect, maar hij hoeft het maar eens per maand in te nemen en later nog maar sporadisch; bovendien voelt hij zich nu ook algemeen veel beter, het geneesmiddel werkt ook op emotioneel en verstandelijk niveau.

    Syndroomverschuiving of diadoxie


    Ziekten hebben de neiging om steeds dieper het organisme binnen te gaan. Daarbij worden ze meer bedreigend en belemmerend. Bij genezing treedt het omgekeerde op: de ziekte wordt oppervlakkiger en minder belastend.
    De syndroomverschuiving kan twee kanten opgaan: de gezondere of de ziekere kant.
    De gezonde kant op is: naar buiten, oppervlakkiger, minder bedreigend. Bij genezing voelt iemand zich eerst van binnen beter: de energie neemt toe, de stemming verbetert, iemand wordt vrolijker of laconieker.
    De ongezonde kant op is: dieper, naar binnen toe; bijv. het eczeem geneest prachtig, maar stemming of migraine verergeren. Dit principe is de leidraad voor de beoordeling van reacties op geneesmiddelen.
    Als een middel goed werkt behoort de ziekte minder diep te worden. Bij onderdrukking van bepaalde klachten, bijvoorbeeld met een hormoonzalf, kan de ziekte juist op een dieper niveau zich manifesteren, terwijl het ezeem genezen lijkt.

    Voorbeeld
    genezend: huidklachten komen terug in plaats van de allergische astma,
    zieker makend: hoofdpijn voor de menstruatie verdwijnt, maar depressieve stemming in die periode neemt erg toe.

    Natuurlijke ordening


    In de natuur verwante stoffen hebben een gelijkende genezende werking. Geneesmiddelen hebben vaak gelijkenissen. Ze komen uit eenzelfde plantenfamilie, hebben een gelijkende chemische structuur, of horen bij eenzelfde diersoort. Dan werken ze ook op een gelijkende wijze voor de patient.
    Als een patiënt maar matig reageert op een geneesmiddel komt dat vaak omdat het geneesmiddel niet precies past. Een gedeeltelijk passend geneesmiddel geeft vaak wel een reactie en verbetering (palliatie), maar geen genezing, of het werkt maar tijdelijk. Een verwant geneesmiddel, blijkt dan vaak écht goed te werken.

    Voorbeeld: een kind met slapeloosheid reageert gedeeltelijk op het homeopathisch geneesmiddel Belladonna. Uiteindelijk blijkt Stramonium, een middel uit dezelfde plantenfamilie (Nachtschade-achtigen), genezing te brengen, het slaapt weer ongestoord.
    Door systematisch alle plantenfamilies en het periodiek systeem in kaart te brengen en goed te observeren, breiden homeopaten over de hele wereld de genezingsmogelijkheden van de homeopathie verder uit.